Zomaar een update. De laatste weken zijn moeizaam. Het is prachtig zomerweer, maar ik kan er niet echt van genieten. De dagen vliegen voorbij als in een waas.
Het is maandag vandaag. Ik zit weer op kantoor. Ook vandaag is het prachtig zomers weer. Ik was pas om 10:00 op kantoor in Utrecht. De trein was rustig, het station was rustig, de Starbucks was rustig.
Ik deed mijn computer aan, logde in en staarde naar mijn scherm. Ik was nog niet online.
Brain fog, sleep inertia, ochtendhumeur. Geef het beestje een naam. Ik had nog geen toegang dat was duidelijk.
Een leuke dame appte me: ‘Goedemorgen! Jij mag werken vandaag?’ om 06:02. Nog in de trein richting Utrecht appte ik pas om 09:48 terug: ‘Ja, maar moet nog op gang komen.’ Vijf minuten later volgde: ‘Goedemorgen trouwens!’ Zij reageerde: ‘Ben je ook echt ongezellig voor 10:00?’ Ik voelde dat ik me bijna moest verontschuldigen. ‘Geef me ff. Ik kom langzaam online. Je gaat de stilte nog missen straks.’
Eerst de frustratie, altijd eerst de frustratie. Ik weet dat het geen zin heeft om er lang bij stil te staan, maar toch blijf ik denken: waarom wil het niet.
Daarna dan toch wat actie. Maar actie waar ik energie van krijg: een mailtje naar een Rabbijn in Kremenchug, Oekraïne. Ik werd door mijn Rabbijn getipt dat Chabad ook daar een post heeft en synagoge. Waarom had ik daar niet eerder aan gedacht?
Dus ik stel met plezier een uitgebreide mail op. Heeft de Rabbijn misschien informatie voor me over mijn Overgrootvader Shimon (Simon) Slitinsky (1895 – 1972) en zijn vrouw Rivka Lea Slitinskaya (d. 1952) die vanuit Kremenchug naar Palestina vluchtten in 1921?
En zowaar, een klein vonkje en de radartjes in mijn brein beginnen langzaam te draaien.
Vervolgens mijn blog dacht ik. Nog niet werken. Dát nog niet. Nog even opwarmen.
Al weken is het me niet gelukt om iets zinnigs te schrijven en te delen. Wat wil ik kwijt? Een essay is te hoog gegrepen. Een boekreview gaat niet lukken. Iets laagdrempeligs, spontaans.
Dan toch weer schrijven over het gebrek aan toegang? Dat kennen we al. Nee, schrijf iets korts over je ochtend. Over het opstarten. Over hoe je er bij zit op kantoor op een maandagochtend in augustus. Check. Ja, ik denk dat ik nu kan beginnen met mijn werk. De mail naar de Rabbijn is verstuurd, ik kan niet wachten tot ik antwoord krijg. En ik heb weer wat geschreven. Voor later. Een dag in mijn leven.
